HomeCulturele ReflectiesBiologie en keuzevrijheid
Artikel Robert Sapolsky over wetenschap en de illusie van de vrije wil, Humanistisch Verbond

Biologie en keuzevrijheid

Uitgangspunt

Zelf was ik al zover dat ik impuls-respons ‘bewijzen’ tegen de vrije wil naar de prullenbak met onzin verwees. Betekenisopbouw, zo redeneer ik al langere tijd, start op het niveau van DNA en misschien al voorafgaand aan dat niveau. Reacties die betekenissen genereren, zo schreef ik onlangs na het lezen van “Wat is leven? van Paul Nurse, maken deel uit van ketens van wisselwerkingen die zich uitstrekken in de ruimte buiten het organisme en in de tijd voorafgaand en gepaard gaande met het omzetten van betekenissen naar betekenis, dus van zingeving, van het organisme op enig moment waarop men simplistische metingen verricht die men vervolgens quasi intelligent wereldkundig maakt als bewijzen van een filosofische stelling. Dat ik hier wat scherp was in mijn woordkeus, werd veroorzaakt doordat ook dit weer een praktijk is van ontkenning van hoe het is om deze ene mens te zijn. Hoe iets werkt, valt niet samen met hoe iets is en al helemaal niet met hoe het is om dat iets te zijn. (Denk aan het essay “What is it like tob e a bat [for a bat]?” van Thomas Nagel uit 1974.)

Wij zijn ons brein van Dick Swaab

Mijn scherpte is met name een reactie op wat Dick Swaab schrijft in onder andere het hoofdstuk “De vrije wil, een plezierige illusie” in Swaab, Dick F., Wij zijn ons brein. Van baarmoeder tot alzheimer, Amsterdam | Antwerpen: Uitgeverij Contact, 2011. Inmiddels is er een veel omvangrijkere en complexere ontkenning van zoiets als vrije keuzes, namelijk precies in lijn van wat ik bovenstaand aanhaalde als pleidooi ervoor. Het is het betoog van Robert Sapolsky. Na lezing van de introductie tot het boek van Sapolsky door Pauwels en De Buck rijst bij mij het vermoeden dat ook Sapolsky met zijn denken gevangen zit in wat ik identificeer als ‘de logica van hoe iets werkt als antwoord op de vraag wat iets is en zelfs op de vraag hoe het is om dat iets te zijn’. De vrije wil invoegen in de keten van oorzakelijkheid van wat we elke gespleten seconde doen, zou magie zijn. Ik heb grote weerstand moeten overwinnen om het genoemde boek van Swaab te lezen, maar heb het toch gedaan. Ik kan die actie ook herleiden, namelijk tot een moment tijdens een Nacht van de Filosofie toen ik er getuige van was dat Swaab in discussie ging met Bert Keizer onder leiding van Marc Slors. Ik denk dat het in 2012 was. Toen een vrouw uit het publiek kritiek leverde op Swaabs stelling dat wij ons brein zijn, vroeg hij fijntjes: ‘heeft u het boek gelezen?’ Ik herinner me niet of die vrouw zei dat gedaan te hebben. Ik dacht wel: ook ik ben gekant tegen zijn stelling, maar ik heb geen recht er iets van te vinden zolang ik het boek niet gelezen heb. Was mijn uiteindelijke lectuur nu wel of geen vrije keuze? Volgens Sapolsky niet, in dit geval wel heel duidelijk.

Magie

En toch geloof ik het nog niet. Ik moet in elk geval ook het boek van Sapolsky lezen. Nu nog denk ik dat het zomaar zou kunnen dat bewustzijn nou net is wat Sapolsky en de cartoonist Sydney Harris belachelijk maken: ‘magie’. Vaag? Dat snap ik, maar ik bedoel er niets bovennatuurlijks mee. Ik bedoel ermee dat wat het is om deze ene persoon te zijn nu net inhoudt dat ik als deze ene persoon niet beantwoord aan wetmatige processing, dat ik in plaats daarvan zeker wel alle inhoud van vóór mij en van alles in mij voorafgaand aan dit moment onverwacht en niet te determineren kan omzetten in nieuwe, originele, spontane betekenis. Dat er in het bewustzijn combinaties kunnen ontstaan waarvan geen biologische sporen te vinden zijn in mij. Ik ben geen AI namelijk, ik ben meer dan dat. Dat wat AI genoemd wordt, erken ik niet als kunstmatig. Het is processing van input naar output, wat een van de eigenschappen van intelligentie is, dat wil zeggen: het is nabootsing van het natuurlijke. Je zou het machinale of beperkte intelligentie moeten noemen. Het is maar een deel van wat intelligentie is. Sterker nog, luister maar eens naar de zeer leerzame podcast “Welkom in de AI fabriek” van Ilyaz Nazrullah, uitgezonden door BNR (en vooral aflevering 4) om te vernemen hoe degeneratief pure data processing werkt. Uiteindelijk levert het een zogenaamde method collaps op.

Leven, mogelijkheid, vrijheid

Zou het spoor van wat ik vandaag doe helemaal terug te traceren zijn tot aan het allereerste begin van de materie of ‘iets’ minder ver misschien: het begin van het leven dan moet dat er als data altijd al geweest zijn. Ik geloof dat evenwel niet. Mensen zijn namelijk niet net als vogels altijd dezelfde nesten blijven bouwen. Sommige mensen werden architect en ontwikkelden nieuwe bouwstijlen en in verschillende culturen zijn er verschillende bouwstijlen. Trouwens, hoe kan er überhaupt diversiteit voortkomen uit een beperkte set data? ‘Leven’ zegt mij dat materie oneindig veel mogelijkheden KAN bevatten en dat er betekenis voor nodig is om potentie om te zetten in actualiteit. Dat wist Aristoteles reeds te vertellen. Mogelijkheid IS vrijheid.

Creativiteit

En verder: Hoe is creativiteit te rijmen met determinisme? Uitbreiding van complexiteit in combinaties van codes ofwel betekenissen is alleen achteraf vast te stellen. Zou dit een determineerbaar proces zijn dan zou het wetmatigheid impliceren. Evolutie zou overbodig worden en moeten plaats maken voor voorspelbaarheid, tot technische nabootsbaarheid en uiteraard perfectionering, want zelfs 3 kopieerfouten op 1 miljard (vergelijk wat Paul Nurse hierover schrijft in “Wat is leven?”) zouden worden uitgesloten. Dat is namelijk wat er gebeurt wanneer je creativiteit omzet in fabricage. Dan zouden we kunnen vertellen hoe het leven zich ontwikkeld zal hebben over pak ’m beet een miljoen jaar.

Dobbelstenen

Ik denk dat het neerkomt op hetzelfde als de voorspelbaarheid van het resultaat van een worp met dobbelstenen. Zeker, ALS ik alle determinanten ken, dus de eigenschappen van de dobbelstenen alsmede de uit te oefenen kracht, de richting van de worp tot op minder dan nanometers, de randvoorwaarden zoals het oppervlak waarop de dobbelstenen zullen landen en uitrollen, de luchtdruk in de ruimte enzovoort enzoverder EN als ik dit kan manipuleren, dan is het denkbaar dat ik die voorspelling doen kan. Maar ik kan het niet manipuleren zonder het aan een machine over te laten (en dan nog…?) Ik ben namelijk een organisme en ik heb niet volmaakt in de hand wat er gebeurt wanneer ik mijn spieren in beweging breng om dobbelstenen te werpen. Als dat wel zo was, zouden er geen dartwedstrijden meer gehouden hoeven te worden – bijvoorbeeld. En dobbelstenen zijn dode lichamen die ik in beweging zet. Interactie tussen levende wezens, ja tussen eigenwijze creaturen als mensen is onderhevig aan oneindig veel meer variabelen en niet te voorziene, laat staan te beïnvloeden reactieve output. We kennen er de innerlijke processen niet van – niet eens van onszelf, laat staan van anderen. Ik zal het boek van Sapolsky zeker gaan lezen. Ik ben benieuwd.


Dit gaat over het betoog van Robert Sapolsky, hoogleraar gedragsbiologie, neurologie en neurochirurgie aan Stanford University (VS) in met name zijn laatste boek

Determined, a Life of Science Without Free Will

 (2023). Ik maakte er kennis mee op 1 februari 2024 via

van de hand van Lieven Pauwels (doceert onder meer biologische antropologie en criminaliteitspreventie aan de Universiteit Gent) en Ann De Buck (doctor-assistente aan de Universiteit Gent. Haar onderzoek focust op de rol van morele emoties in de verklaring van antisociale gedragskeuzes).

Deel:

Bekijk ook eens:

Toekomstplannen hebben is aan zingeving doen. Het is zo natuurlijk als water drinken en in onze samenleving ongezien. Door deze...
Hoe is het om een vleermuis te zijn? Wat mij betreft had onmiddellijk na verschijnen van Nagels artikel de hele...
In organisaties van vandaag de dag wordt meer en meer, van de werkvloer tot op beleidsniveau, gebruik gemaakt van digitale...
Open chat
Hoi, welkom bij De Stadsfilosoof! Hoe kan ik je helpen? 😊